donderdag 14 december 2017

Uitgelezen: De drager. Brief aan Jan Vantoortelboom.

Beste Jan,
 
Drie jaar terug had ik u een brief willen schrijven.  Ik had één van uw vorige boeken, Meester Mitraillette, gelezen.  Ik was onder de indruk.  In die mate dat ik meende een brief te moeten schrijven.  Om u te danken voor het leesplezier, dat u mij schonk.  Want dat boek was goed.  Laat mij daar meteen aan toevoegen dat voorgaande beschrijving een understatement is.  Dat boek moest gelezen worden.  Dat meende ik oprecht.  Helaas.  Die brief kwam er niet.  Dat verzuim betreur ik.
 
Onlangs las ik uw nieuwste roman, De Drager.  Bij aanvang beloofde ik mezelf niet meer die fout te maken.  De brief zou geschreven worden.  Althans, dat zou gebeuren als het boek goed was.  Pas dan zou ik aan het klavier gaan zitten.  Pas dan zou ik mijn brief uittikken.  Momenteel zit u mijn brief te lezen.  Dat hoop ik toch.  U weet dus al dat ik het boek goed vond.  Alweer is dat een understatement.  Uw boek is een vijfsterrenboek.  In het culinaire wereldje bestaan vijf sterren niet.  In het literaire wereldje wel.  In uitzonderlijke gevallen worden vijf sterren toegekend.  Uw boek is een uitzonderlijk geval.  Uw boek verdient die quotering.
 
U bent een verhalenverteller.  Dat klinkt als een belediging.  Het lijkt aan te leunen bij praatjesmaker.  Totentrekker, zoals ook wel eens wordt gezegd.  Toch is het geen belediging.  Integendeel.  Het is een van de fraaiste complimenten.  Verhalen moeten verteld worden.  Als dat niet meer gebeurt, lijkt het einde van de wereld in zicht.  Verhalen vragen om mannen en vrouwen, die het vakmanschap beheersen.  Verhalen vertellen is een ambacht.  Een ambacht, dat om verfijning vraagt.  Om expertise.  Om eeuwigdurend geduld.
 
U beheerst het métier.  Als een smid last uw twee verhaallijnen samen tot één verhaal.  Aan de ene kant staat Bruno, een bioloog.  Aan de andere kant staat Nicolas, werkzaam in de computertechnologie.  Zij komen samen in Miko.  De zoon van Bruno.  Het petekind van Nicolas.  Bruno en Nicolas hebben een gemeenschappelijk verleden.  Ooit waren zij buren.  Jeugdvrienden.  Nu staan zij in het grote leven.  Het echte leven.  Zij hebben nog contact.  Zij houden nog contact.  Nog altijd zijn de verhoudingen hetzelfde.  Bruno is de leider.  Nicolas is de volger.  Doorheen de jaren is dit niet gewijzigd.
 
Nicolas zit in Wenen voor een opdracht.  In een hotel moet Nicolas een fout opsporen in een door hem ontworpen computersysteem.  Hij ontdekt dat er sabotage in het spel is.  Hij wordt dwarsgezeten.  Onverwachts krijgt hij hulp van Bruno.  Beide vrienden gaan samenwerken.  Om de saboteur te ontmaskeren.  Om hem of haar voetje te lichten.  In een razendsnel tempo stormen we af op de finale.  Een verrassende finale.  Of toch weer niet.  Wel een finale met een verrassende getuige.  Of toch weer niet.  Wat er ook gebeurt, u bepaalt het tempo van de finale.  U bepaalt de wendingen.  U bent de dirigent.  De protagonisten reageren op de bewegingen van uw baton, het dirigeerstokje.  
 
Uw roman verwordt tot een thriller.  Een whodunit.  Toch is het meer dan enkel dat.  Veel meer.  U slaagt er in doorheen het verhaal vele thema’s te doen binnensluipen.  Interessante thema’s.  Bruno is een bioloog.  Een fervent aanhanger van survival of the fittest.  Zijn gedachten kruiden het boek.  Gedachten, die tot nadenken stemmen.  Gedachten, die de wenkbrauwen doen fronsen.  We horen echo’s over het debat rond de maakbare mens.  De designerbaby.  Dat alles vinden wij terug in uw boek.  Als lezer moeten we niet enkel meehollen in die razende finale.  Als lezer moeten we ook bij de les blijven.  Alert zijn en onze eigen houding tegenover de aangebrachte onderwerpen bepalen.
 
Kleinere overpeinzingen weeft u evenzo door het verhaal.  Over de geschiedenis.  Eén van uw protagonisten laat u zeggen dat niet de grote namen de geschiedenis hebben mogelijk gemaakt maar wel de kleine mannen.  Voorwaar een interessante stelling.  U laat uw gedachten ook gaan over de rol van de vader.  Over de dominantie.  Over de dierenwereld.  Over de zwermtechnologie.  Over voortplanting en de onderdrukking van de vrouw.  Over de evolutietheorie.  Zoals ik al zei, uw roman is zo veel meer.  Uw boek daagt uit.  Stemt tot nadenken.
 
Behalve die gedachten, deed uw boek nog iets anders.  Uw boek bracht mij in contact met een wereld, die ik onvoldoende ken.  De dierenwereld.  Jawel, ik heb gekeken naar Planet Earth.  Een meesterwerk van David Attenborough.  Na het lezen van uw boek moet ik tot de vaststelling komen dat vele beestjes mij totaal onbekend zijn.  De houtwormkever.  De veldparelmoervlinder.  De auerhoen.  Het Hiccul-paard.  De appelbloesemkever.  Het beerdiertje.  Voorwaar, een nieuwe wereld ging open voor mij.
 
U schreef een vijfsterrenroman.  Dat heb ik al gezegd.  Maar dergelijke beweringen mogen herhaald worden.  Moeten herhaald worden.  Uw boek voert de lezer naar een finale, die hem verweesd achterlaat.  Alhoewel de lezer een vermoeden kan hebben hoe het boek zal eindigen, spookt dat einde toch nog een tijdje door het hoofd van de lezer.  Zelfs dagen na het lezen van het boek.  Omdat de lezer zoekt naar enig begin tot begrip voor het gebeurde.  De lezer twijfelt.  Dat gevoel is akelig.  Is vreemd.  Alsof de lezer schrik heeft bij zichzelf enig begrip te ontdekken.
 
Beste Jan, ik wil u danken voor deze mokerslag.  Voor dit wondermooie boek.  Ik kijk nu al uit naar uw volgende.
 
Met vriendelijke groeten.

dinsdag 12 december 2017

Mijn reisverhaal Rusland. Een besluit.

Ik zit met mijn handen in het haar.  Ik staar naar een leeg blad.  Woorden lijken niet te komen.  Een besluit dreigt daardoor uit te blijven.  Reizen zonder het nemen van besluiten kan niet.  Een reis moet afgesloten worden.  Er moet teruggeblikt worden.  Indrukken moeten herkauwd worden.  Dat alles moet mij tot een besluit brengen.  Het lukt mij moeilijk.  Het draait niet vlotjes.
 
Hoe dat komt? Ik weet het niet.  Bij vorige reizen verging het mij anders.  Bij vorige reizen was ik nog maar pas thuis of ik kon de reis al positief afsluiten.  Alle opgedane indrukken en ervaringen brachten mij in een positieve sfeer.  Een sfeer die mijn visie op het bereisde land kleurde.  Bij sommige reizen was het zelfs zo dat ik meteen weer het vliegtuig wou opstappen om terug te keren.  Nu ben ik al een tijdje terug uit Rusland.  Nog steeds heb ik de reis niet kunnen afsluiten.  Omdat ik twijfel.  Ik balanceer.  Tussen gematigd positief en gematigd negatief.  Ik weet niet naar welke kant ik moet overhellen.  Misschien moet ik gewoon in het midden gaan staan.  In het midden tussen de twee uitersten.
 
Wij wilden naar Moskou reizen.  Naar Sint-Petersburg.  Dat hebben wij nu gedaan.  Wij hebben zelfs veel meer gedaan.  Wij reisden doorheen de Gouden Ring.  Over Moskou was ik enthousiast.  Over Sint-Petersburg was ik enthousiast.  Deze wereldsteden konden mijn verwachtingen inlossen.  In deze steden verdwaalde ik graag.  Maar wat met de rest? Novgorod? Kostroma? Rostov? Vladimir? Blij er geweest te zijn.  Dat wil ik niet ontkennen.  Maar ik voel bij mijzelf geen aanzet tot enthousiasme.  Dat ontbreekt.  Enkel Soezdal maakt hierop een uitzondering.  De herinnering aan dit gezellig stadje kan mij warm maken.  Kan mij begeesteren.
 
Vanwaar toch dat vreemde gevoel? Dat vreemde gevoel, dat mij tot twijfel brengt? Zou het de eentonigheid zijn? Zou het de te lange aaneenschakeling van kloosters, kerken en kremlins zijn? Het zou kunnen.  Misschien moet ik wel besluiten dat ik gedurende mijn hele reis nergens een vonkje vond, dat de geestdrift in mij kan doen ontbranden.  De gedrevenheid in mij.  De uitbundigheid in mij.  Dat noodzakelijk vonkje ontbrak.  Ik heb nochtans mijn best gedaan.  Ik keek rond mij heen.  Ik heb gezocht.  Helaas heb ik niet gevonden.  Ik bleef blind.  Ik bleef doof.
 
Nu zou u kunnen denken dat ik niks moois zag.  Uiteraard is dat niet zo.  Indien ik dat zou beweren, zou ik liegen.  Ik zag vele, mooie dingen.  In elke stad of stadje was er wel dat ene, dat mij deed wankelen.  In confrontatie met schoonheid ga ik wankelen.  In confrontatie met grootsheid ga ik wankelen.  Enkele wankelmomenten heb ik mogen ervaren.  Maar waarom dan toch die twijfel? Over die vraag denk ik al een tijdje na.  Ik besef nu dat het heel misschien die geïsoleerde momenten zijn, die mij doen twijfelen.  Het verbindende sausje ontbrak.  Het sausje, dat die momenten zou weten aan elkaar te rijgen.  Waardoor we tot die ene, globale indruk zouden kunnen komen.  Waardoor we tot dat ene overweldigende verhaal zouden kunnen komen.  Dat zou het kunnen zijn.  Of neen, dat is het.  Dat weet ik nu.
 
Heb ik dan spijt? Heb ik spijt dat ik doorheen Rusland reisde? Neen.  Spijt heb ik nooit.  Zeker niet bij reizen.  Elke reis is winst.  Elke reis is een stapje dichter bij de wijsheid.  De wijsheid, waar ik nog ver van verwijderd ben.  Rusland heeft mij niet enthousiast gemaakt.  Dat weet ik nu.  Rusland heeft mij wel wijzer gemaakt.  Ook dat weet ik nu.
 
Heel waarschijnlijk zal u denken dat ik Rusland achter mij laat.  Ongeïnteresseerd.  Dat is niet zo.  Ik laat het land niet los.  Want ik wil het begrijpen.  Ik wil de kans om het land ooit te begrijpen niet mislopen.  Ik zal dus blijven kijken.  Ik zal blijven luisteren.  Om heel misschien tot de vaststelling te moeten komen dat ik ziende blind was.  Dan zal ik moeten terugkeren.  Het kan gebeuren.  Tot dan blijf ik bij mijn weifelende verhaal.

donderdag 7 december 2017

Oproep tot een ander, humaner migratiebeleid. Brief aan Leoluca Orlando, burgemeester van Palermo.

Beste Leoluca,
 
Bijna twee maanden terug las ik een interview, dat De Standaard met u had.  Dat interview bleef in mijn hoofd spoken.  Toch reageerde ik niet.  Ik kwam niet tot het schrijven van een brief.  Nochtans was dat wat ik wilde.  Ik had evenwel andere dingen te doen.  Minder belangrijke dingen.  Druk, druk, druk.  Dat was mijn excuus.  Maar recente ontwikkelingen brengen mij eindelijk tot deze brief.  Omdat zwijgen niet langer meer te rechtvaardigen is.  Ik gang aan mijn bureau zitten.  Eindelijk zou die brief er komen.
 
In dat interview zei u enkele juiste dingen.  Dingen, die in het migratiedebat nauwelijks gehoord worden.  Gezegd worden.  Omdat luidere stemmen het debat overheersen.  Luidere stemmen, die enkel de negatieve aspecten van het migratieverhaal belichten.  Luidere stemmen, die enkel de angst voeden.  Daarom was uw getuigenis zo hoopgevend.  Zo anders.
 
In dat interview zegt u dat wie nu jong is zich zal schamen voor de vragen van zijn kleinkinderen.  Die jongeren zullen zich schamen als hun kleinkinderen vragen hoe hun grootouders tegenover migratie stonden.  Als die kleinkinderen vragen stellen bij het Europese migratiebeleid, dat wij vandaag als juist beoordelen.  Ik ben net geen vijftig.  Echt jong ben ik niet meer.  Toch voel ik vandaag die schaamte.  Ik voel schaamte omwille van de excuses.  Ik voel schaamte omwille van de inhumaniteit.  Die schaamte raakt mij diep.  In die mate zelfs dat ik woedend word.  Woedend als ik hoor dat politici komen aandraven met het te gemakkelijke excuus dat er geen draagvlak zou bestaan voor een alternatief menselijk beleid.  Dat stemt mij dieptriest.
 
Europese leiders verdedigen hun aanpak.  Als bewijs voor hun daadkracht verwijzen zij telkens weer naar hun deal met Turkije.  Die deal hield in dat vluchtelingen vanuit Griekenland zo snel mogelijk moesten teruggestuurd worden richting Turkije.  Tegelijk werd voorgesteld om vanuit Istanbul een legale migratieroute te openen naar Europa.  Die deal blijkt nu een lege doos te zijn.  Dat zegt Gerald Knaus, de bedenker van de vluchtelingendeal met Turkije.  Hij zegt dat Griekenland er nog altijd niet in slaagt om asielaanvragen binnen een redelijke termijn af te handelen.  Daardoor worden er nauwelijks mensen teruggestuurd naar Turkije.  Tegelijk worden er in het kader van de hervestiging van vluchtelingen vanuit Turkije nauwelijks mensen naar hier overgevlogen.  Het resultaat is dat duizenden mensen vastzitten in tentenkampen op Lesbos en Chios.  In mensonwaardige omstandigheden.
 
Vorige weken was er de heisa over mishandelingen en verkrachtingen in Libische detentiecentra.  Zelfs in de officiële kampen van de Libische regering.  Er werden zelfs beelden getoond van slavenveilingen nabij Tripoli.  Europa reageerde verontwaardigd.  Een hypocriete reactie, dat is wat ik dacht.  Europa investeert in de Libische regering en traint haar kustwacht.  Een kustwacht, die moet verhinderen dat vluchtelingen de oversteek wagen naar Italië.  Waardoor mensen blijven vastzitten in detentiecentra.  Waardoor mensen blijvend veroordeeld worden tot mensonwaardige omstandigheden.
 
Door dit alles zou een mens ontmoedigd raken.  Diezelfde mens zou bij de pakken kunnen blijven zitten.  Hulpeloos de armen laten hangen.  Vijfenzestig miljoen mensen waren vorig jaar op de vlucht voor oorlog.  Volgens Filippo Grandi, Hoog Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN, zijn dit onaanvaardbare aantallen.  Hij pleit voor vastberadenheid en moed.  Niet voor angst.  Een naïeve gedachte? Geenszins.  Europa kan en moet meer doen.  Enkele getallen maken dit pleidooi voor meer opvang geloofwaardig.  Het aanbieden van veilige routes voor mensen op de vlucht is een noodzaak.
 
De luidste stemmen roepen dat vluchtelingen in eigen regio moeten opgevangen worden.  Alsof dat niet zou gebeuren.  Volgend lijstje kan misschien ontnuchterend werken:
Libanon vangt één miljoen vluchtelingen op.  De verhouding van het aantal vluchtelingen op de totale bevolking is 1 op 5.
Jordanië vangt iets meer dan zevenhonderdduizend vluchtelingen op.  Verhouding: 1 op 13.
Turkije vangt meer dan drie miljoen vluchtelingen op.  Verhouding: 1 op 25.
Oeganda vangt iets meer dan één miljoen vluchtelingen op.  Verhouding: 1 op 35.
België vangt 42.237 vluchtelingen op.  Verhouding: 1 op 208.
 
Amnesty International heeft voorgerekend dat de tien niet-Westerse landen, die gezamenlijk meer dan de helft van het aantal vluchtelingen wereldwijd opvangen, samen slechts 2,5 procent van de wereldeconomie vertegenwoordigen.  Veel van die landen hebben niet de middelen om deze uitdaging alleen de baas te kunnen.  De geografische ligging van een land zou niet het enige criterium mogen zijn om te bepalen welk land verantwoordelijk is voor de opvang van vluchtelingen.  Gedeelde inspanningen kunnen de enige en humane oplossing zijn.
 
Hoe kunnen die gedeelde inspanningen ingevuld worden? Heel eenvoudig komt het erop neer dat landen toegang bieden tot hun grondgebied.  Dat kan enerzijds door asielzoekers die spontaan in een land aankomen bescherming te bieden.  Anderzijds kan proactief voorzien worden in legale toegangswegen voor mensen op de vlucht.  Humanitaire visa kunnen hiertoe een oplossing bieden.  Eén van de belangrijkste instrumenten evenwel is hervestiging.
 
In 2018 zal België vijfhonderd vijftig vluchtelingen hervestigen.  In 2015 waren het er slechts tweehonderd zesenzeventig.  In 2016 waren het er vierhonderd tweeënvijftig.  Deze getallen tonen aan dat België zeer dringend een tandje moet bijsteken.  Het hervestigingsaantal moet aanzienlijk hoger.  Net als alle andere, Europese landen.  Enkel dat zou getuigen van een echt daadkrachtig en humaan beleid.  In tegenstelling tot het beleid van vandaag, dat enkel hogere barrières opwerpt en de mensensmokkelaars rijker maakt.
 
Beste Leoluca, misschien dacht u dat ik u even kwijt was.  Ik beken, ik liet mij even gaan in voorgaande argumentatie.  Maar ik keer terug naar u.  Naar uw interview.  U zegt dat de Europese Unie het recht op asiel erkent maar dat de EU het tegelijkertijd levensgevaarlijk maakt om van dat recht gebruik te maken.  U gaat verder door te zeggen dat een dergelijk beleid moedwillig en actief het leven in gevaar brengt van mensen.  Terecht stelt u dat het basisprincipe van mobiliteit een mensenrecht is.  
 
In oktober las ik uw interview.  Ik kreeg een warm gevoel.  Ik kon bijna huilen.  Omdat ik besefte dat u het als politicus aandurft een ander verhaal te vertellen.  Een positief verhaal.  Een juist verhaal.  Uw verhaal deed mij beseffen dat heel waarschijnlijk vele anderen uw standpunten delen.  Maar dat die anderen niet durven rechtop te staan.  Dat die anderen niet worden gehoord.  Omdat zij te stilletjes praten.  Dat mag niet.  Dat kan niet.  Wij moeten rechtop staan.  Wij moeten aan onze leiders tonen dat een ander humaan beleid wel gedragen wordt door een meerderheid.  Een meerderheid, die verkoos te zwijgen.  Dat zwijgen wil ik van mij afschudden.  Die schaamte wil ik van mij afschudden.  Ik wil het anders.  Wij willen het anders.  Niet straks.  Niet later.  Maar nu.  Meteen.
 
Beste Leoluca, ik wil u danken dat u mij wakker schudde.  Dat u mij aanspoorde rechtop te staan.  Niet te zwijgen.  Maar te praten.  Te blijven praten.  Tot wij gehoord worden.

Met vriendelijke groeten.

dinsdag 5 december 2017

The Rat Pack, gehoord op Radio 2. Brief aan Guy De Pré.

Beste Guy,
 
Zondagavond.  Ons weekendje in Nederland zat er op.  Het was voorbij.  Dat is eigen aan geplande weekendjes.  Zaterdag komen wij aan.  Zondag vertrekken wij.  Voorlopig bestaat een weekend slechts uit twee dagen.  Aan die wetmatigheid kunnen wij niet tornen.  Ik zou een pleidooi kunnen houden voor arbeidsduurvermindering.  Maar dat zou mij te ver brengen.  Het zou mij afleiden van de eigenlijke inhoud van deze brief.  Dat wil ik niet.  Ik wil bij de les blijven.  Daarom keer ik terug naar zondagavond.  Wij moesten terugkeren.  Terug naar België.  Terug naar Gent.
 
Wij keerden dus terug.  Het beloofde een moeilijke terugrit te worden.  Het was donker.  Dat is eigen aan een herfstavond.  Het winteruur is in voege.  Maar het was niet enkel dat.  Er was nog meer.  Het regende.  Het regende hard.  Die combinatie maakte het rijden tot een inspanning.  Opperste concentratie is dan noodzakelijk.  Die concentratie vraagt een zekere inspanning.  Die concentratie veroorzaakt een zekere spanning.  Bij mezelf merk ik dat ik het stuur harder omklem.  Hoe harder ik knijp, hoe harder ik geloof dat mogelijke ongevallen zullen afgewend worden.  Het bijgeloof van een autobestuurder, het zou onderwerp kunnen uitmaken van een boeiend onderzoek.
 
Bij spanning moet gezocht worden naar ontspanning.  Zouden dat communicerende vaten zijn? Ik weet het niet.  Ik ben niet zeker.  Nooit was ik een kei in natuur- en scheikundige wetmatigheden.  Eén ding wist ik wel.  Ik kende de oplossing.  Muziek.  Muziek ontspant, dat is geweten.  Dat zou zorgen voor de gezochte ontspanning.  Muziek is echter divers.  Vele stijlen.  Vele keuzes.  Ik zou keuzestress kunnen ervaren.  Toch ervaar ik dat niet.  Omdat ik weet waarheen.  Ik stem af op Radio 2.  The Rat Pack.  Ons favoriete programma voor een zondagavond.
 
Uw programma stond aan.  Het onverwachte gebeurde.  Onverwacht? Toch niet helemaal.  Wij kennen de kracht van uw programma.  Wij weten wat het met een mens doet.  Maar die avond was het anders.  Leek het nog intenser.  Het hield op met regenen.  U zal mij niet geloven als ik het vertel.  Toch was het zo.  De zon ging schijnen.  De regendruppels verdampten.  Dit vreemde weerkundig fenomeen kon niet waargenomen worden door andere chauffeurs.  Omdat het niet strookte met de realiteit.  Buiten bleef het water gieten.  Maar in onze hoofden was het anders.  In onze hoofden straalde de zon.  In onze hoofden was het bloedheet.  
 
 
Mijn ogen, die voordien tot streepjes waren dichtgetrokken omwille van de betrachte concentratie, gingen nu wijd open staan.  Mijn ogen glinsterden.  In mijn ogen kon je tintelingen zien.  Tintelingen van helle, felle kleuren.  Mijn handen, die voordien mijn stuurwiel omklemden, ontspanden zich.  Zij gleden soepel over het stuur.  Niet langer zat ik met mijn gezicht tegen het autoraam.  Ik leunde achterover.  Ik zocht de meest comfortabele houding.
 
De moeilijkheid van de terugrit verdween als sneeuw voor de zon.  In de wagen leken wij het hoogste zen-gevoel te ervaren.  Wij kwamen dicht bij het opperste geluk.  Lichtjes overdreven? Ik denk het niet.  Big bands en crooners maken ons gelukkig.  Dat is eigen aan die muziek.  Wij rijden.  Wij vermalen de kilometers.  Wij zwijgen.  Wij luisteren.  Wij laten de muziek de hoofdrol spelen.  Omdat zij die voorname rol verdient.  Heel af en toe kijken wij elkaar aan.  Mijn vriendin en ik.  Wij lachen.  Omdat wij weten dat deze autorit één van de mooiere momenten is.  Eén van de mooiere momenten, bewerkstelligd door uw gekozen muziek.  
 
Stemmen vullen onze wagen.  Mooie stemmen.  Heldere stemmen.  Wij kunnen er niet genoeg van krijgen.  Maar toch.  Aan alle mooie dingen komt een eind.  Zo was het ook zondagavond.  Wij kwamen aan in Gent.  Onze autorit liep op zijn einde.  Maar uw programma was nog niet gedaan.  Dat kon niet.  Wij keken elkaar aan.  We wisten wat we moesten doen.  We maakten nog een ommetje doorheen het Gentse.  Tot aan het eind van uw programma.  Pas dan mochten we naar huis.  Pas dan mochten we de auto aan de kant zetten en ons huis binnenstappen.  Vroeger kon niet.  Vroeger leek niet juist te zijn.
 
U zou nu kunnen denken dat wij The Rat Pack enkel in de wagen op zijn juiste waarde schatten.  Dat is niet zo.  Elke zondagavond zijn wij op post.  Elke zondagavond stemmen wij af op de perfecte soundtrack voor een avond, die wel eens moeilijk kan zijn.  U weet wel, die zondagse blues.  Uw programma verdrijft die blues.  Uw programma voedt de goesting.  De zin.  Goesting en zin om er stevig in te vliegen.  Uw muziek laadt onze batterijen op.
 
Waar we ook zijn, om zes uur in de avond weten wij het.  Het wordt feest.  Het wordt genieten.  Elke zondagavond opnieuw.  Van Morrison, Seal, Andrea Motis, Sammy Davis Jr., Belle Perez, Ella Fitzgerald, Etta Jones, Yannick Bovy, Barry Manilow, Jamie Cullum, Will Tura, … kloppen aan bij ons.  Op onze voordeur.  Met plezier openen wij die deur.  Iedereen is binnen.  Het is eindelijk zondagavond.  Het feest kan beginnen.
 
Beste Guy, langs deze weg wil ik u danken voor dat heerlijke, zondagse zonnetje.
 
Met vriendelijke groeten.

donderdag 30 november 2017

Uitgelezen: Het bewijs van een lichaam. Brief aan Alexandria Marzano-Lesnevich.

Beste Alexandria,
 
True crime.  Het schijnt een apart genre te zijn binnen de literatuur.  Ik had er mij nog niet aan gewaagd.  Ik bleef er van weg.  In mijn boekenkast staat al jarenlang In Koelen Bloede van Truman Capote.  Ik ben er nog niet aan begonnen.  Een verklaring hiervoor kan ik niet geven.  Verder dan deze vaststelling kom ik niet.  Aan deze situatie zou weinig veranderen.  Dat dacht ik niet.  True crime leek niet aan mij besteed.  Tot ik begon aan uw boek.  Tot ik uw boek las.  Met het lezen van uw nieuwste boek brokkelde mijn niet te verklaren vooringenomenheid tegenover true crime af.  U was de sloophamer.
 
U schrijft over één moordzaak.  Die moordzaak is geen fictie.  Is niet voortgesproten uit uw fantasie.  Non-fictie, dat is het.  Uitgebreid documenteert u deze ene moordzaak.  Als lezer volgen wij de verschillende stappen.  De moord.  De zoektocht.  Het dreggen.  De verslaggeving.  De begrafenis.  De autopsie.  De verhoren.  De arrestatie.  De bekentenis.  De processen.  De rechtbankverslagen.  U vertelt wie de dader is.  De familie van de dader.  U vertelt wie het slachtoffer is.  De familie van het slachtoffer.  U vertelt wie de getuigen zijn..  De juryleden.  De rechters.  De advocaten.  U concentreert zich op die ene moordzaak.  Al snel wordt uw aandacht ruimer.  U focust op het grotere verhaal.  Op het volledige verhaal.  Steeds meer details worden toegevoegd.  De kring rondom die ene moordzaak wordt ruimer.  En interessanter.
 
In uw boek schrijft u dat de aanzet voor het verhaal van Ricky Langley, de pedofiele dader, een aanzet kan zijn voor uw eigen verhaal.  Uw persoonlijk verhaal.  Indien u er zou in slagen het verhaal van Ricky op te lossen, zou u heel misschien uw eigen verhaal kunnen oplossen.  Want beide verhalen komen op een voor u onverwachte wijze samen.  Als stagiaire bij een advocatenkantoor in Louisiana raakt u betrokken bij de herziening van het proces.  Bent u enkel betrokken partij als stagiaire? Of zou het toch iets meer zijn? Om een andere reden voelt u zich betrokken.  Om een andere reden wenst u deze zaak uit te diepen.  Om een andere reden wenst u deze zaak te begrijpen.  U ontdekt parallellen met uw eigen verleden.  Met uw familieverleden.  Als jong meisje werd u misbruikt door grootvader.  Plots ziet u in Ricky uw grootvader terug.  En omgekeerd.  In uw grootvader ziet u Ricky terug.  Die dualiteit maakt alles bijzonder intens.  Bemoeilijkt alles.  U moet helder denken.  Onpartijdig moet u zijn.  Onbevooroordeeld.  Dat alles kan behoorlijk veel zijn.
 
In uw boek schetst u de vele paralellen.  U schrijft hoe de moeder van het slachtoffer wil geloven dat haar zoontje niet werd misbruikt.  Omdat het makkelijker is om mee te leven.  Eenzelfde houding ziet u bij uw zus.  Zij was, net als u, slachtoffer van incest maar beslist op een zekere leeftijd geen slachtoffer meer te willen zijn.  Zij schudt die slachtofferrol van zich af.  Alsof het misbruik nooit gebeurd is.  Daar hebt u het moeilijk mee.  U meent dat zich afwenden van het verleden niet heilzaam kan zijn.  Nooit heilzaam kan zijn.  
 
U botst op een muur van stilzwijgen.  Net als Ricky.  In beide families heerst die rotsvaste wil te vergeten.  Er hoeft niet gepraat te worden.  De zaak wordt met de mantel der liefde toegedekt.  Ricky kan zijn verhaal niet kwijt.  Hij beseft dat hij pedofiel is.  Hij worstelt met dat deel van zijn persoonlijkheid.  Maar het gevecht moet hij alleen aangaan.  Er zijn gesprekken met psychiaters.  In de gevangenissen.  Eenmaal op vrije voet staat Ricky opnieuw helemaal alleen. 
Op een avond vertelt u over uw misbruik door grootvader.  U doet uw verhaal aan uw ouders.  Het wordt stil.  Het blijft stil.  Geen troostende woorden.  Niks.  Het gewone leventje gaat zijn gang.  Alsof er niks gebeurd is.  Het lijkt wel alsof het misbruik een mogelijke bedreiging is voor het succesvolle imago van de familie.  Die bedreiging moet afgewend worden.  Absoluut stilzwijgen lijkt de oplossing te zijn.  Toch volgens uw vader en moeder.
 
In uw boek sluipt ook de discussie omtrent de doodstraf.  Aanvankelijk was u fervent tegenstander.  U twijfelde niet.  Nooit.  U was tegen de doodstraf.  Maar Ricky Langley doet dat geloof wankelen.  Zet alles op losse schroeven.  U lijkt het allemaal niet meer te weten.  Plots gaat u twijfelen.  Jawel, Ricky Langley verdient de doodstraf.  Dat lijkt u aanvankelijk te denken.  U wil dat Ricky sterft.  Ondanks uw juridische opleiding wil u deze man niet redden.  Omwille van Ricky wil u weg uit de juristerij.  Omdat u de misdaad als persoonlijk opvat.  Aan het eind van het boek gaat u opnieuw twijfelen.  Omdat u zich in de zaak verdiept hebt.  Omdat u het volledige verhaal kent.  U beseft dat het moeilijk is om te oordelen.  Dat oordeel hangt af van wanneer een verhaal begint.  Begint het verhaal bij de moord? Of gaat het verhaal verder terug? Naar de jeugdjaren van de dader? Naar het auto-ongeval waarin de dader zijn broertje en zusje verliest? Dat zoeken naar het eigenlijke begin van een verhaal bemoeilijkt het oordeel en de te bepalen houding tegenover de doodstraf.  Het wordt moeilijker wanneer de dader ook mens wordt.  De zienswijze hangt af van wie je bent en van het leven dat je hebt gehad.  Hangt ook af van wat de dader heeft gedaan.  U beseft dat een mens niet het een of het ander kan zijn.  Dat kan enkel een verhaal.  Voor een mens ligt dat moeilijker.
 
Uw boek begon met één moordzaak.  Daartussen weefde u uw persoonlijke verhaal.  Die cocktail maakt uw boek buitengewoon aangrijpend.  Het is bijna onmogelijk doorheen dit boek te razen.  Vaak lukt mij dat.  Thrillers kan ik in één ruk uitlezen.  Nu niet.  Het lukt mij niet.  Uw boek heeft mij in zijn macht.  Bespeelt mijn emoties.  Ik kan niet onbewogen blijven.  Ik word geroerd.  Ontroerd.  Tranen komen in mijn ogen als ik die enkele passages lees.  Als u uw grootvader confronteert met zijn daden.  Als de moeder van het slachtoffer Ricky ontmoet in de gevangenis.  Hier kan niemand ongevoelig blijven.  Dit moet iedereen raken.  Dit boek moet iedereen kippenvel bezorgen.
 
Beste Alexandria.  U schreef een mooi maar moeilijk boek.  Omdat u vragen stelt bij het daderschap.  Bij het slachtofferschap.  Bij de doodstraf.  Bij de noodzaak gehoord te worden.  U dwingt de lezer een standpunt te bepalen.  Dat dwingt u af via uw boek.  Via uw fascinerende boek.  Voor die uitzonderlijke prestatie wil ik u danken.  Nog één ding wil ik u zeggen.  Tot een volgende keer.  U hebt mij nieuwsgierig gemaakt naar uw verdere werk.
 
Met vriendelijke groeten.