dinsdag 26 augustus 2014

Een Wetterse N-VA versie van de vrijheid van meningsuiting.

Twee generaties christen-democraten samenbrengen om het in een vraaggesprek te hebben over het verleden, het heden en de toekomst van CD&V.  Dat was het uitgangspunt van Kwets, het onafhankelijk maandblad voor de vrije Wetteraar.  Als gesprekspartners nodigden zij Etienne Backx en Bram De Winne uit.  De oudere heeft al heel wat kilometers op de partijteller staan.  De jongere begint aan zijn politieke reis.  Beiden zullen even hun visie ventileren.
 
Het vraaggesprek meandert langsheen een aantal gevoelige topics binnen de partij: het Vlaamsgezinde karakter van de partij, het spel van de standen binnen de partij, de links-rechts tegenstelling binnen diezelfde partij, het christelijke karakter van de partij, ...  Zonder een blad voor de mond te nemen laten beide heren hun licht schijnen over deze onderwerpen.
 
N-VA en CD&V, het spreekt voor zich dat ook dit thema niet uit de weg gegaan wordt.  De interviewer informeert naar de huidige relatie met de gewezen kartelpartner.  Deze vraagt overstijgt het Wetterse.  Uit de vraagstelling kunnen wij afleiden dat er wordt gepeild naar een mening over de federale en de Vlaamse regeringsvorming.  De Wetterse politiek wordt hier heel even aan de kant gezet.
 
Nu schakelt Etienne Backx een versnelling hoger.  Hij wil toch heel even een aantal puntjes op de i zetten.  Het doet hem pijn zijn partij tijdelijk in het verliezende kamp te zien.  Dat mag niet verwonderen.  CD&V is zijn natuurlijke biotoop.  Al jaren blijft hij de partij trouw.  In de goede en kwade momenten.  Bijna lijkt het een huwelijk.  In tegenstelling tot andere opportunistische gelukzoekers keert hij zijn partij niet de rug toe.  Hij neemt zijn partij in verdediging.  Telkens als hij dit noodzakelijk acht.  Zoals nu.  Nu ziet hij een uitgelezen kans om enkele kanttekeningen te plaatsen.  Niet lukraak, wel onderbouwd.  Zoals steeds.  Ik kan het weten, Etienne Backx is mijn vader.  Aan de keukentafel bij ons thuis heeft het vaak gekletterd.  De jongere sturm und drang moest het hierbij vaak afleggen tegenover de oudere wijsheid.  De debatten waren hevig, het stemvolume hoog maar steeds vonden wij elkaar aan het eind.  Telkenmale moest ik het erkennen, mijn vader had een punt.
 
De N-VA? Graag wil Etienne Backx een aantal bedenkingen delen met de lezer.  Niet zozeer over de partijstrategie.  Niet zozeer over het partijprogramma.  Veeleer over de communicatie.  Want daarin ontwaart hij enkele uitschuivers.  Enkele gevaarlijke kantjes.  In de mars van partijmilitanten op het Antwerpse stadhuis na de gemeenteraadsverkiezingen ziet hij nauwelijks te ontkennen gelijkenissen met die donkere periode van de dertiger jaren uit de vorige eeuw.  In het boek van Laurence Rees, Het Charisma van Adolf Hitler, leest hij parallellen met de wijze waarop de N-VA de Waalse PS diaboliseert.  Het creëren van een externe vijand maakt het eigen partijprogramma bijna ondergeschikt.  Voilà, gezegd werd wat gezegd moest worden.
 
Nooit heeft mijn vader N-VA gelijkgeschakeld met het nationaalsocialisme van Hitler.  Nooit heeft hij gezegd dat het programma van N-VA op enigerlei wijze gelijkenissen vertoont.  Dat zal hij ook nooit doen.  Omdat hij weet dat hij hiervoor geen enkel geldig en te verdedigen argument kan aandragen.  Maar wanneer hij merkt dat beide partijen raakpunten hebben in hun manier van communiceren meent hij dit onderbouwd te moeten meegeven.  Vrijuit.  Ongeremd.  Niet bedoeld om te bruuskeren.  Wel bedoeld om te overpeinzen.
 
Het interview is voorbij.  Het gesprek wordt afgedrukt.  Kan gelezen worden in Kwets.  Wat gezegd werd, staat nu zwart op wit.  Vluchten kan niet meer.  Dat zouden Frans Halsema en Jenny Arean zingen.
 
De tijd gaat voorbij.  Bijna ondergaat Kwets hetzelfde lot als alle nieuws-, maand- en opiniebladen.  Bijna belandt het op de berg oud papier.  Maar dan is er dat vreemde vervolg.  Dat rare staartje aan het hele verhaal.
 
Mijn vader krijgt een telefoontje van de voorzitter van de Wetterse afdeling van CD&V.  Zij was aangesproken op het interview.  Door een schepen van N-VA.  Zijn partij was bijzonder misnoegd.  Hierin kan ik mij vinden.  Het moet best confronterend zijn zich geplaatst te zien tegenover dergelijke uitspraken.  Bij die opmerking had het kunnen blijven.  Maar de schepen gaat verder.  Dergelijke uitspraken bemoeilijken de huidige samenwerking tussen beide partijen.  Kunnen zelfs een zware hypotheek leggen op mogelijke, toekomstige samenwerking.  Als coalitiepartner zou het CD&V sieren zich in de toekomst van dergelijke commentaren te onthouden.  Die boodschap wordt door de voorzitter aan mijn vader meegegeven.
 
Mijn vader knippert met de ogen.  Ik knipper met de ogen als mijn vader dit verhaal vertelt.  Want wat moeten wij lezen in dit korte telefoongesprekje.  Moeten wij in dit gesprek een zekere inperking lezen van de vrijheid op meningsuiting? Moeten wij deze boodschap interpreteren als een vraag tot censuur of zelfcensuur? Moeten wij hieruit afleiden dat het enkel de grootste partij voorbehouden is andere partijen te schofferen? Mag enkel de grote winnaar grommen en bijten terwijl het de andere partijen strak aan de leiband houdt?
 
Ik hoef geen antwoord te geven op bovenstaande vragen.  Dat moeten beide partijen doen.  N-VA moet erkennen dat het in een opendebatcultuur moet kunnen dat kritiek geuit wordt op te grote uitschuivers en te grote gelijkenissen.  Dat diezelfde opendebatcultuur een harde, open reactie aanmoedigt.  CD&V moet op zijn beurt openlijk durven zeggen dat elke partijmilitant vrij is zijn of haar mening vrijuit te verkondigen.  Uit schrik moet de partij niet in het zand kruipen maar zelfbewust moet zij positie kiezen tegenover N-VA.  
 
Nergens in het interview werd enige opmerking gemaakt over de huidige, Wetterse coalitiepartners.  Niemand laat zich minachtend uit over één van de coalitiepartners van CD&V.  Het bestuursakkoord is onderhandeld.  Dat akkoord kreeg groen licht van elk van de betrokken partijen.  Achteraf kritiek spuien over democratisch genomen beslissingen hoort niet.  Dat gebeurt ook niet.  Enkel die twee opmerkingen.  Meer niet.  Een partij, zelfs de N-VA, moet zichzelf voortdurend in vraag stellen.  Zelfkritiek is absoluut noodzakelijk voor een partij.  Het stelt een partij in staat zichzelf bij te sturen.  Beide opmerkingen kunnen gekaderd worden in dat kritische zelfonderzoek.  Een oefening in zelfreflectie had N-VA kunnen verleiden tot zwijgen.  Vaak is dat het beste antwoord.  Maar de partij liet deze kans voorbijgaan.  N-VA reageerde.  Te hard.  Te fel.  Buitenproportioneel.
 
Woord en wederwoord.  Dat is wat moet gebeuren.  Zonder enige beperking of inperking.  Zonder enige vorm van censuur.  Een openlijk debat.  Zoals vroeger in de keuken bij ons thuis.  Kletterend en luid.  Om aan het eind te besluiten dat wij misschien van mening verschillen maar dat wij elkaar nog altijd liefhebben.  In familiaal verband gaat het om liefhebben.  In partijpolitiek verband kunnen wij misschien beter spreken van respecteren.
 
N-VA, ban die verongelijkte arrogantie.  CD&V, schud die angstige onzekerheid af.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen