vrijdag 16 januari 2015

Dance Dance Dance van Arsenal, gezien in NTG. Brief aan John Roan en Hendrik Willemyns.

Beste Hendrik,
Beste John,
 
Arsenal? Dan denk ik aan een feestje.  Aan ambiance.  Dat doe ik bijna automatisch.  Alsof het de evidentie zelve lijkt.  Hoe dat komt? De Antwerpse concerten zitten daar voor heel wat tussen.  Die concerten hebben een serieuze hand in het leggen van die verbanden.  Ik was daar.  Ik heb mij toen in het zweet gedanst.  Ik heb mij gesmeten, zoals dat heet.  Elke keer weer.  Stilzitten was geen optie.  Rechtop staan en dansen, dat was telkenmale de enige en juiste keuze.
 
Woensdagavond ging ik naar Dance Dance Dance.  Een theatervoorstelling in de schouwburg van NTGent.  Een combinatie van film en muziek, dat was de bijzonder summiere omschrijving.  Daarmee moest ik het doen.  Wat ik mocht verwachten, wist ik niet.  Ik probeerde mij een voorstelling te maken.  Maar al die voorstellingen botsten met het idee van ambianceband.  Arsenal hoorde niet thuis in het theater, tot die conclusie leek ik telkenmale te komen.  Die conclusie maakte mij dan ook bijzonder nieuwsgierig.  Nieuwsgierig naar de manier waarop u dit project zou aanpakken.  Zou uitwerken.
 
Het gebeurt maar zelden.  Maar als het gebeurt, is het hemels heerlijk.  Reeds van bij het begin zat ik in de voorstelling.  In het verhaal.  Geen enkele aanpassing.  Geen enkele gewenning.  Neen, u nam mij bij de hand.  Gewillig volgde ik u.  Bijna zeventig minuten lang.  U had het dan ook bijzonder handig gespeeld.  Bij de begingeneriek kwam u vaak doorheen de geprojecteerde beelden van Tokio zweven.  Jullie stonden achter het witte doek.  Met hertengeweien op het hoofd.  Wij zagen uw silhouetten.  Alsof u deel uitmaakte van de cast.  Alsof u deel van de film was.  Met die aanwezige momenten leek de illusie gewekt dat het toch nog een feestje zou kunnen worden.  De neiging op te staan en spontaan te gaan dansen, moest ik onderdrukken.  Dat zou al te zeer storen.  Dat zou mijn filmervaring al te zeer in de weg staan.
 
De filmervaring.  Het is alweer een tijdje terug dat ik een film zag in een zaal.  Ik blijf weg uit filmzalen.  Niet omdat er geen goede films zouden zijn.  Die zijn er wel.  Laat daarover geen enkel misverstand bestaan.  In die zalen word ik al te veel afgeleid.  Rinkelende gsm’s.  Al te grote, stinkende popcorn.  Kwetterende en tetterende gasten.  Al te veel redenen om weg te blijven uit een filmzaal.  Maar deze keer zat ik in dus in de zaal.  Voor uw film.  De omstandigheden waren anders.  Optimaal.  Geen enkele afleiding.  Ik kon mij focussen.  Dat was een verademing.
 
De film was fantastisch.  Om verschillende redenen.  Omwille van het verhaal.  Een liefdesverhaal.  Een verloren liefde.  Of een liefde die nooit de kans kreeg uit te groeien.  Uit te bloeien.  De vrouw sterft.  De man blijft achter.  Niet in staat om zijn leven op de sporen te krijgen.  Hij worstelt.  Hij zoekt.  Vindt uiteindelijk een oplossing.  Maar is het de juiste? Bij het zien van de film denk ik vaak terug aan Norwegian Wood van Haruki Murakami.  Ook door boek werd ik emotioneel geraakt.  Net zoals bij uw film.  
 
Maar het is niet enkel het verhaal dat de film tot een fantastische ervaring maakt.  Het is ook het land waarin u het verhaal situeerde.  Japan, dat is het gastland.  U stelt het land voor zoals ik het in mijn hoofd heb.  In de film wordt mij weer duidelijk waarom Japan op het lijstje staat van nog te bezoeken landen.  Er is dat mysterieuze.  Er zijn die eeuwenoude tradities.  Tradities, die zich doorheen het moderne leven spinnen.  Die gehechtheid aan tradities en het streven naar moderniteit creëren een constante spanning.  Bij de jeugd.  Bij de ouderen.  Die spanning resulteert in een heerlijke cocktail.
 
Wij hebben het verhaal.  Wij hebben het land.  Maar wij hebben ook de beelden.  De verhalende filmbeelden wisselen af met verbeeldende videoclips.  Die afwisseling gebeurt niet gekunsteld.  Die lopen vloeiend ineen.  Het een versterkt het ander.  En andersom.  Uiteraard.  Nooit is het storend.  Telkens is het een aanvulling op het verhaal.  Met plezier denk ik aan dat ene filmfragment.  De Japanse hertendansers, sishi odori, die doorheen de skyline van Tokio bewegen.  Tegenover de Japanse wolkenkrabbers lijken die dansers nog reuzen.  Droom en werkelijkheid dansen sierlijk om elkaar heen.  Heerlijk om te zien.  
 
Voor ik afsluit, wil ik het nog hebben over de muziek.  Want dat is één van de bouwstenen van deze voostelling.  Wij hebben de film.  Wij hebben de muziek.  Die muziek doet wat het moet doen.  Die muziek duwt ons in het verhaal.  Die muziek trekt ons mee doorheen een wonderbaarlijke en emotionele trip.  Altijd is er die juiste klemtoon.  Terughoudend en ingetogen.  Wild, luid en op de voorgrond.  Het verhaal bepaalt het ritme.  Dicteert en dirigeert.  Ik hoor een heerlijke symfonie.  Een prachtige soundtrack.
 
Heb ik woensdagavond gedanst? Was er een feestje? Neen.  Ik zat in mijn zeteltje.  Te kijken.  Te luisteren.  Naar die heerlijke film.  Naar die wondermooie muziek.  Woensdagavond zag ik een ander gezicht van Arsenal.  De groep is niet enkel een ambiancemaker.  De groep kan ook een sfeerschepper zijn.  Intiem en sfeervol.  Dansen is niet noodzakelijk.  Genieten wel.  Dat is dan wat beide gezichten van Arsenal gemeen hebben.
 
Ik heb gezegd wat ik meende te moeten zeggen.  Ik sluit mijn brief af.  Maar alvorens ik dat doe, wil ik u nog danken.  Danken voor een fantastische avond.  Een aangename avond.  Voor een bijna buitenaardse ervaring.  Dank.  Dank.  Dank.
 
Met vriendelijke groeten.

Trailer:
Dance Dance Dance – Arsenal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen