donderdag 24 september 2015

Ik ben het moe. Oproep tot solidariteit met de vluchtelingen.

Ik ben het beu
Ik heb het gehad
Ik ben het zat.
 
Ik ben het beu
te moeten horen dat oorlogsvluchtelingen gelukzoekers zouden zijn
dat zij profiteurs zouden zijn
meer nog, dat zij terroristen zouden zijn.
 
Ik ben die beweringen zat
omdat het niet zo is
omdat solidariteit met oorlogsvluchtelingen plots anders vertaald wordt
als zij voor onze deur staan.
 
Ik ben het beu
te moeten horen dat opvang in eigen regio moet gebeuren
dat buurlanden op hun verantwoordelijkheden moeten gewezen worden
dat wij niet alle kommer en kwel op onze schouders moeten laden.
 
Ik ben die beweringen zat
omdat het volledige verhaal niet wordt verteld
7,6 miljoen vluchtelingen in eigen land Syrië (ca. 18 miljoen inwoners)
1,8 miljoen vluchtelingen in Turkije (ca. 81 miljoen inwoners)
1,17 miljoen vluchtelingen in Libanon (ca. 6 miljoen inwoners)
630.000 vluchtelingen in Jordanië (ca. 8 miljoen inwoners)
3.812 vluchtelingen in België (ca. 10 miljoen inwoners).
 
Ik ben het beu
te moeten horen dat de Europese buitengrenzen beter moeten bewaakt worden
dat boten vanop de Middellandse Zee moeten teruggeduwd worden naar Turkse havens
dat oorlogsvluchtelingen net buiten de eigen regio plots zouden vervellen tot economische vluchtelingen en daarom moeten teruggestuurd worden.
 
Ik ben die beweringen zat
omdat die maatregelen geen zoden aan de dijk brengen
omdat de illusie wordt gewekt dat de crisis hiermee van de baan zou zijn en de stroom aan vluchtelingen zou opdrogen
omdat de positie van mensensmokkelaars door deze maatregelen nog versterkt wordt.
 
Ik ben het moe
te moeten horen dat oorlogsvluchtelingen geen of slechts een beperkte toegang zouden mogen hebben tot kindergeld
dat zij verplichte gemeenschapsdienst zouden moeten vervullen
dat zij een apart sociaal statuut zouden moeten krijgen.
 
Ik ben die beweringen zat
omdat het niet kan, omdat het niet mag
omdat wij gelukkig gebonden zijn door internationale en bindende verdragen
omdat wij niet kunnen dulden dat vluchtelingen worden gedegradeerd tot tweederangsburgers
 
Ik ben het moe
te moeten horen dat conventies en verdragen dan maar moeten aangepast worden
dat die teksten moeten vertaald worden naar de huidige situatie
dat die teksten geen draagvlak zouden hebben
 
Ik ben die beweringen zat
omdat wij net nu in deze uitzonderlijke omstandigheden de naleving van deze verdragen moeten garanderen
omdat wij net nu moeten bewijzen dat solidariteit geen holle slogan is
omdat wij net nu openlijk en overtuigd moeten pleiten voor tolerantie
 
Ik ben het beu
Ik heb het gehad
Ik ben het zat.
 
Ik ben al die valse beweringen zat
Ik ben het beu mijn stem te laten gijzelen door wangeluiden
Mij te laten gijzelen door politici en beleidsmakers, die beweren in mijn naam te spreken.
 
Ik pleit voor een humaan migratiebeleid
Voor openheid en tolerantie
Voor verdraagzaamheid en compassie
Voor medemenselijkheid
Voor begrip en inlevingsvermogen
 
Ik pleit voor open armen
Open, warme armen
Armen, die troosten
Armen, die helpen.
 
Daarom,
welkom.
 


2 opmerkingen:

  1. Wat wordt er weer geluld:
    " het is niet onze schuld,
    Ze hadden maar niet moeten komen,
    niet van een beter leven mogen dromen".
    De mensen worden koud en kil,
    staan zelfs bij een gestorven kind, niet stil.
    "Het ligt enkel aan hun eigen,
    Ze hadden ginder moeten blijven en zwijgen".
    " Stap je ginder in zo een boot,
    zoek je zelf toch naar je dood".
    Ja, er wordt wat af geluld,
    "Het is niet onze schuld".
    Maar daarover gaat het toch niet,
    het gaat niet om de zwarte piet.
    Mededogen, is waar het om gaat,
    medelijden in plaats van haat.
    Laten horen dat we echt niet wensen,
    dat dit gebeurt met onze medemensen.
    Neen, het is niet onze schuld,
    maar, er is al lang genoeg geluld.
    We moeten eisen dat de wereldleiders zorgen,
    Voor een betere wereld, liever nu dan morgen.
    Is dat naïef, of idealisme?
    Wel, liever dat, dan egoïsme.




    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dood van een kind

    Een foto van een strand,
    een kind aan de waterkant.
    Het ligt onnatuurlijk stil,
    het voelt al koud en kil.
    Hopend op een beter leven,
    heeft het zijn jonge leven gegeven.
    Iemand neemt het kindje op,
    met in zijn keel een grote krop.
    De man heeft tranen in zijn ogen,
    dit onrecht zou toch echt niet mogen.
    Wat heeft dit kind, in Godsnaam, misdaan,
    dat zijn leven nu al is gedaan?
    De grens is nu ver overschreden,
    leert de mens dan niets van het verleden?
    Het kindje lag daar op het strand,
    stil en koud, naamloos in het zand.
    Als de ogen nu niet open gaan,
    mag de mensheid echt vergaan.



    BeantwoordenVerwijderen