dinsdag 23 mei 2017

St. Grandson, gezien in N.E.S.T. Brief aan Benjamin, Klaas, Stéphane, Jolien en Koen.

Beste Benjamin,
Beste Klaas,
Beste Stéphane,
Beste Jolien,
Beste Koen,
 
Het was woensdagavond.  Die avond stonden jullie in Gent.  Pas nu schrijf ik een brief.  Eén week later.  Ik heb naar excuses gezocht.  Ik heb er geen.  Of toch.  Ik kan mij beroepen op die ene dooddoener.  De tijd vliegt.  De tijd gaat zo snel dat mijn voornemen een brief te schrijven bijna uitdoofde.  Het feit dat ik nu aan het schrijven ben, bewijst dat het uitdoofscenario net vermeden werd.  Mijn brief wordt een feit.  Daarvoor heb ik mijn redenen.  Dat zal u dra lezen.
 
In 2015 won u De Nieuwe Lichting.  U was niet alleen.  U won samen met Zinger en I Will, I Swear.  Intussen is er al heel wat gebeurd.  Niet enkel op wereldvlak.  Ook in uw persoonlijke leven.  Uw persoonlijke leven als artiest.  U stond in New York.  U scoorde in De Afrekening op Studio Brussel.  In Vox op Radio 1.  U stond in New York.  Op een podium.  Dit jaar bracht u uw debuutalbum uit, Wildfire.
 
Ik meende voldoende redenen te hebben naar één van uw concerten te gaan.  U kwam naar Gent.  Mijn stad.  Ik zou u aan het werk zien.  Mijn nieuwsgierigheid was dubbel.  Ik was curieus naar uw live performance.  Ik was curieus naar de plek waar u zou optreden.  Democrazy had u geprogrammeerd in Nest.  De oude bibliotheek aan het Zuid.  Ik was in dat gebouw nog nooit geweest.  Niet in zijn oude hoedanigheid.  Niet in zijn nieuwe hoedanigheid.  Een zonde, ik weet het.  Zeker voor een Gentenaar.  Maar u zou hierin verandering brengen.  Eindelijk zou gerechtigheid geschieden.
 
Ik was ruim op tijd.  Zelfs in die mate dat ik ook het voorprogramma kon zien.  Vaak laat ik dat aan mij voorbijgaan.  Vaak kom ik pas naar de zaal voor de eigenlijke hoofdact.  Dat deed ik die woensdag niet.  Het werd meteen mijn eerste verrassing voor die avond.  Uncle Wellington deed het meer dan goed.  De rol van voorprogramma is weinig benijdenswaardig.  Maar deze groep wist het moment te grijpen.  Ik was in de ban.  Van de groep.  Van de zangeres.  Portishead had ik nooit live aan het werk gezien.  Maar de muziek van Uncle Wellington gaf mij een voorsmaakje.  Liet mij horen wat het kan geweest zijn.  Want in hun muziek hoorde ik echo’s van die Britse triphopband.  Klasse! Zo kan ik het samenvatten.
 
We werden muzikaal verwend.  Dan moest u nog komen.  Dit zou een fijne avond worden, dacht ik zo.  Ik kende uw debuutalbum.  Ik had geluisterd.  Meermaals.  Dromerige pop, zo zou ik het durven omschrijven.  Wat u op het podium bracht, verschilde van het album.  U klonk feller.  Minder dromerig.  Minder breekbaar.  Dat pleit in uw voordeel.  Ik hou niet van een letterlijke vertaling van het album.  Een andere artistieke invulling op het podium kan ik enkel waarderen. 
 
Zonet zei ik dat de muziek minder breekbaar klonk.  Maar dan ga ik voorbij aan die twee momenten dat u alleen op het podium stond.  Dat uw muzikanten u alleen achterlieten.  Niet uit onvrede.  Zij deden geen Daantje.  Het was zo bedoeld.  U bracht twee nummers.  Alleen.  Akoestisch.  Het werd intiemer.  Het publiek leek hetzelfde te denken.  Het werd stil.  Muisstil.  In die stilte klonk enkel uw stem.  Uw loepzuivere stem.  Een kippenvelmoment, zo kan en mag het genoemd worden.
 
Ik zei ook dat het feller klonk.  Die felheid brak zwaar door aan het eind van het concert.  Bij Lady Gold.  Dan gingen alle remmen los.  Het werd hevig.  Ruig.  Dit moment maakte van een finale wat een finale moet zijn.  Een finale moet spetteren.  Moet knallen.  Dat gebeurde.  Dit was een feestje.  Een muzikaal feestje.  Waarop de muzikanten heerlijk uit de bol gingen.  Dit kunnen zien is heerlijk.
 
Ik keek naar jullie.  Uiteraard.  Dat hoort zo bij een concert.  Ik keek en wil de woorden van Raymond van het Groenewoud gebruiken.  Citeren uit één van zijn liedjes.  Die woorden zijn de volgende: wat ik daar zag, heeft mij blij gemaakt, wat ik daar zag, heeft mij diep geraakt.  Ik zag geestdrift.  Ik zag goesting.  Veel goesting.  Dat zag ik in jullie ogen.  In de manier waarop jullie naar elkaar keken.  Jullie lachten.  In die lach meende ik te mogen lezen wat ik die avond zag en hoorde.  In die lach las ik plezier.  Las ik goedkeuring.  Las ik tevredenheid.
 
St. Grandson.  U verraste mij een tweede maal die avond.  Eerst Uncle Wellington.  Dan u.  U schonk mij een fijne, muzikale avond.  U deed mij ontdekken.  Want u liet mij kennismaken met een groep aan het begin van het grote avontuur.  Dat grote avontuur wens ik u.  Grote podia.  In België en ver daarbuiten.  Meer albums.  Waarbij u erin slaagt dat fellere live geluid nog beter te integreren in de opnames.  
 
Beste Benjamin.  Beste Klaas.  Beste Stéphane.  Beste Jolien.  Beste Koen.  Voor die fijne woensdagavond in het Gentse N.E.S.T. wil ik u danken.
 
Met vriendelijke groeten.

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen