dinsdag 27 juni 2017

Allez, Chantez. Part two. Dit was alweer wonderlijk goed. Brief aan Annelore Camps en Jan Cherlet.

Beste Annelore,
Beste Jan,
 
Eén keer was ik gegaan.  Dat is nu al een tijdje terug.  Ik was enthousiast.  In die mate zelfs dat ik u een brief stuurde.  Omdat ik vol lof was over uw initiatief.  Eén keer was ik dus gegaan.  Die ene keer volstond om te weten dat ik nog eens zou terugkeren.  Mijn eerste enthousiasme diende bevestigd te worden.  Goede dingen moeten herhaald worden.  Ik keerde terug naar de Parnassuskerk.  Naar Allez, Chantez.  Ik keerde terug naar uw initiatief, waarvan ik hoopte dat het opnieuw zou uitgroeien tot een feestje.
 
Deze keer heb ik mijn bril bij.  Mijn leesbril.  Die was ik de vorige keer vergeten.  Dat was jammer.  Dat gemis was een rem op mijn enthousiasme.  Dat wilde ik deze keer vermijden.  Deze keer wilde ik niet geremd worden.  Ik wou voluit gaan.  Zonder remmen.  Ik ging mij smijten.  Totaal.  Volledig.  Dat had ik mij voorgenomen.
 
Ik stap de kerk binnen.  Met mijn bril.  Die maakt een wereld van verschil.  Dat merk ik meteen.  Bij het openingslied.  Elk woord kan ik meezingen.  Het boekje met de teksten, aan elke deelnemer uitgedeeld bij het begin van de zangstonde, onthult al zijn geheimen aan mijn brildragende ik.  Dat was de eerste keer anders.  Toen kon ik nauwelijks iets lezen.  Mijn bijdrage bleef toen vaak beperkt tot het refrein.  Tot neuriën.  Nu is het anders.  Nu kan ik alles meezingen.  Van begin tot einde.  Van alfa tot omega.  Geen enkel woord mis ik.  Mijn bril intensifieert mijn geluk.  Mijn genot.  Mijn enthousiasme.
 
U leest mijn brief.  Heel waarschijnlijk denkt u dat ik een onderlegd zanger ben.  Dat het zingen in mijn genen zit.  Dat is het niet.  Enig zangtalent is mij vreemd.  Toch was ik vorige week aanwezig.  Omdat ik weet dat zangtalent geen vereiste is.  Ik was aanwezig omdat ik weet dat Allez, Chantez doet wat muziek moet doen.  Muziek brengt mensen samen.  Muziek ontroert.  Dat bewijst u.  Ten overvloede.  Ook dat besef intensifieert mijn geluk.  Mijn genot.  Mijn enthousiasme.
 
Ik zing Spaans.  Ik zing Besame mucho.  Ik zing Kameroens.  Ik zing Alane.  Ik zing Frans.  Ik zing Sensualité.  Ik lijk een talenknobbel.  Taal lijkt vandaag geen hinderpaal.  Het liedjesboek doet mij slalommen langsheen deze taalobstakels.  Geen enkele taal houdt mij van het zingen af.  Ik schuif aan bij de enthousiaste menigte.  Ik zing uit volle borst mee.  Mijn tong slaat bijna in een knoop.  Maar ik geef niet op.  Ik ga door.  Met een glimlach.  De grote wereld lijkt vandaag aanwezig in de kerk.  Ik verbroeder.
 
Maar het is niet enkel die zangerige meertaligheid, die mijn geluk intensifieert.  Mijn genot.  Mijn enthousiasme.  Er is meer.  Veel meer.  Er zijn die kippenvelmomenten.  Die momenten, waarop mijn haartjes rechtop gaan staan.  Niet heel eventjes.  Niet kortstondig.  Wel gedurende één lied.  Ik zing en krijg het koud.  Soms doet emotie huiveren.  Ik heb het vorige week mogen ervaren.  Op meerdere momenten.  Wie kan er onverschillig blijven als honderden stemmen luidkeels Eenzaam zonder jou meezingen/meebrullen? Ik kan het niet.  Die avond kruipt Will Tura onder mijn huid.  De koning van het Vlaamse lied doet mij rillen.  Sidderen.  Hetzelfde gebeurt als wij Hotel California zingen van The Eagles.  Ik moet bekennen, dat liedje ben ik al moe gehoord.  Dat liedje ben ik beu.  Maar de samenzang verandert alles.  Ik ontdek opnieuw de schoonheid in dat lied.  Ik ontdek opnieuw wat dat lied tot een grote hit maakte.  Allez, Chantez doet verwelkte meesterwerken opnieuw openbloeien.  Ik heb het ervaren.  Ik was er bij.  Heerlijk.
 
Een roosje, mijn roosje.  Van Conny Vandenbos.  Ik kende het liedje.  Beetje carnavalesk.  Zo had ik het in mijn hoofd.  Een liedje geschreven om de polonaise op te dansen.  Dat dacht ik.  Maar ik dwaalde.  Dat besef ik als wij dat liedje gaan zingen.  Dat besef ik als de woorden tot mij doordringen.  Diep in mij binnendringen.  Ik zing.  Ik zou kunnen huilen.  Omwille van het verdriet, dat zich in het lied verbergt.  Dat verdriet had ik nooit opgemerkt.  Tot in de Parnassuskerk.  Dan ontdek ik waarom het draait.  Waarover het gaat.  Hartverscheurende liefde.  Liefde, die pijn doet.  Tranen wellen op.  Ik verdring ze.  Ik hou die tranen binnen.  Door te zingen.  Door luidop te zingen.  Om zo op gepaste wijze mijn eer te betuigen aan Roosje.
 
Ik zing With or without you.  Van U2.  Ik zing Pompeii.  Van Bastille.  Ik zing Ring my bell.  Van Anita Ward.  Ik zing Love is all around.  Van Wet Wet Wet.  Ik zing All I have to do is dream.  Van The Everly Brothers.  Ik zing Sing Hallelujah.  Van Dr. Alban.  Ik zing You got it.  Van Roy Orbison.  Ik zing What’s the pressure.  Van Laura Tesoro.
 
Ik zing.  Voor een tweede maal zing ik.  Voor een tweede maal kom ik naar Allez, Chantez.  Voor een tweede maal geniet ik.  Loop ik vol warmte.  Herhaling kan vervelen.  Maar niet nu.  Niet hier.  Ik kijk om mij heen.  Ik zie enkel lachende gezichten.  Ik zie enkel mensen, die voor heel eventjes op een andere planeet vertoefden.  Een planeet, ver weg van de dagelijkse beslommeringen.  Een planeet die Planeet van de Muziek noemt.  De Muziekplaneet.  Naar die planeet wil ik terug.  Dat voornemen maak ik als ik de Parnassuskerk buitenstap.  Hier kom ik terug.  Zeker weten.
 
Beste Annelore.  Beste Jan.  Ik wil jullie danken om mij naar die planeet te brengen.  Jullie zijn de perfecte gidsen op die heerlijke reis.
 
Van harte bedankt.

Met vriendelijke groeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen