donderdag 15 juni 2017

Uitgelezen: Vos, het leven van Luc De Vos. Brief aan Leon Verdonschot.

Beste Leon,
 
Ik kocht het debuutalbum van Gorky.  Ik kocht het album op de CD-voorstelling in de Gentse Fnac.  Luc De Vos signeerde mijn exemplaar.  Dat is nu vijfentwintig jaar terug.  Een behoorlijke tijd.  Maar tot op heden vind ik deze één van mijn beste ceedee’s uit mijn toch wel vrij grote collectie.  U zou mij kunnen verdenken van enig chauvinisme.  Die verdenking zou bovendien nog luider en overtuigender klinken als u zou weten dat ook ik in Gent woon.  Toch durf ik te beweren dat ik een neutraal en objectief waarnemer ben.  Heel regelmatig luister ik naar die schijf.  Nooit valt het tegen.  Op dat eerste album staat geen slecht nummer.  Heel misschien een minder goed nummer.  Dat zou kunnen.  Maar slecht? Neen, dat niet.
 
Ik was op het Gentse Sint-Pietersplein.  Op de begrafenis van Luc De Vos.  Ik kan u niet zeggen waarom ik daar was.  Het voelde alsof het zo moest.  Alsof ik naar dat plein geroepen werd.  Getrokken werd.  Thuis blijven was die dag geen optie.  Eén ding wist ik toen wel zeker.  Ik zou Luc missen.  Ik zou hem verdomd missen.  Dat klinkt vreemd.  Ik kende hem niet persoonlijk.  Was ik dan te melodramatisch? Liet ik mij dan meedrijven op een emotionele vloedgolf? Ik denk het niet.  Met het overlijden van Luc leek het alsof ik iets verloor.  Herinneringen leken aangetast te zijn.  Een deel van mijn jeugd leek plots verloren.  Ik zei het al, ik kan moeilijk zeggen waarom ik daar was.  Het voorgaande kan enkel een schuchtere aanzet zijn tot een verklaring.
 
Al heel wat ontboezemingen.  Toch nog niks over uw boek.  Dat boek is nochtans de reden waarom ik u deze brief schrijf.  Ik kende Luc als een zotskap.  De nationale nar, dat leek hij te zijn.  Zo noemt u hem ook in uw boek.  Ik had hem zien performen op concerten.  Ik had hem bezig gezien op televisie.  Telkens was het lachen.  Toch kon ik mij niet ontdoen van de gedachte dat Luc een rolletje speelde.  Dat rolletje speelde hij met overtuiging.  Met verve.  Maar wie was hij werkelijk? Dat wist ik niet.  Ik hoopte dat uw boek zou onthullen.  Zou verduidelijken.  Ik hoopte dat uw boek alles zou kaderen.
 
U leest het goed.  Ik had verwachtingen.  U begint te zweten.  Want u stelt zich de vraag of uw boek kan tegemoetkomen aan al die verwachtingen.  Ik wil duidelijkheid scheppen.  Meteen.  Zodat u in alle rust kan verder gaan met deze brief.  Uw boek voldoet op alle vlakken.  Grote onderscheiding, zo zou ik het kunnen stellen.  Uw boek schetst het ruimere kader.  Het ruimere kader, waarin Luc De Vos opereert.  Waarin Gorky/Gorki opereert.  Waarin familie en vrienden opereren.  U dringt door.  U dringt binnen.  Samen met u komt de lezer(es) dichter bij Luc De Vos.  Dichter dan diezelfde lezer(es) ooit zal kunnen komen.
 
De nationale nar.  Be smart, act dumb.  Dat lijkt zijn lijfspreuk.  Ik vermoed dat Luc met dat beeld het meest zal vereenzelvigd worden.  Nochtans is dat slechts een deelaspect van zijn persoonlijkheid.  In uw boek belicht u de andere facetten van die boeiende persoonlijkheid.  Plots zie ik al die andere gezichten van Luc.  De luie Luc.  De zwaarmoedige Luc.  De twijfelende Luc.  De wereldvreemde Luc.  De zelfrelativerende Luc.  De gulzige Luc.  Ik lees over de Luc, die niet kan beslissen.  Die geen neen kan zeggen.  Dat neen laat hij over aan broers en zussen.  Aan de echtgenote.  Aan de manager.  Zij regelen alles.  Zij beslissen.  Zo kan Luc voor eeuwig dat jongetje van vijftien blijven.  Dat jongetje, dat zich over alles oprecht verbaast.  Ik lees over de Luc, die zijn eigen jeugdverhalen bijkleurt en bewerkt.  Verhalen, die door broers en zussen worden gecorrigeerd en terug op het juiste spoor gezet.  Hierin kan ik een parallel trekken met Herman Brood.  Hij deed net hetzelfde.  Ook hij kleurde zijn jeugdherinneringen volgens eigen goeddunken bij.  Zonder zich te bekommeren om de eigenlijke toedracht.  Om de waarheid.  Dat merkte ik in Unknown Brood, een documentaire over de Nederlandse zanger.  Daarin voelt de zus van Herman zich geroepen die herinneringen te nuanceren.  Op een juiste manier te belichten.  Het lijkt alsof beiden de artistieke vrijheid toelaten met hun herinneringen aan de haal te gaan.
 
Ik lees het verhaal van Gorki.  Ik lees over het einde van Gorky.  Over het begin van Gorki.  Ik lees over die lange weg naar het podium van Rock Werchter.  Geen rechte weg.  Wel een weg met obstakels.  Obstakels, die toch overwonnen worden.  Ik verbaas mij over het uitgebreide oeuvre van Gorki.  Achttien albums.  Twee op naam van Gorky.  Twaalf van Gorki.  Twee van Automatic Buffalo.  Eén van Luc De Vos.  Eén van Luc De Vos en Tom Pintens.  Ik lees het verhaal van die albums.  Hun ontstaansgeschiedenis.  Ik vraag mij af waarom ik gestopt ben bij het debuutalbum.  Waarom ik geen andere albums in mijn collectie heb.  Ik ga grasduinen doorheen dat oeuvre.  Ik verbaas mij over nieuw ontdekte pareltjes.  Muzikale heerlijkheden.  Ik lees over de vele samenwerkingen.  Met Tom Barman.  Met Jean-Marie Aerts.  Met Tom Pintens.  Met Bent Van Looy.  Met David Dewaele.  Met plezier lees ik over de wijdverspreide appreciatie onder muzikanten voor Luc De Vos als artiest.  Mijn hart loopt vol als ik de verhalen lees over Gorki.  Over dat aparte groepsgevoel.  Een familie zonder de drama’s, zo wordt de groep omschreven in uw boek.  Ik lees uw boek en besef te laat dat Gorki een aparte plaats inneemt in de geschiedenis van de Belgische muziek.  Ik kom te laat.  Verontschuldigen kan niet meer.  Dat besef valt zwaar.  
 
U verhult niks.  U gaat niks uit de weg.  Het alcoholgebruik komt aan bod.  U belicht de periodes waarin hij zich afkeert van de alcohol.  De periodes waarin hij in diezelfde alcohol vlucht.  Een haat-liefderelatie, zo kan het genoemd worden.  Constant is het een zoeken.  Een vechten.  Een bijna levenslange strijd met aan het eind de ontsporing.  Het besef dringt door dat het jongetje oud wordt.  Het jongetje wordt volwassen.  Plots is Luc geen vijftien meer maar vijftig.  Dat komt hard binnen.  Hij begint te drinken.  Zwaar te drinken.  Om niks te voelen.  Om weg te vluchten van het huwelijk.  Van de band.  Van de jeugd.  U beschrijft dat proces.  Met de nodige schroom.  Met het nodige respect.  U vermijdt sensatie.  Betracht zakelijkheid.  Een zakelijkheid waarin emotie binnensluipt.  Dat kan niet anders.
 
Het einde van het boek dreigt zwaar op de hand te worden.  Maar dat countert u op prachtige wijze.  Vrienden en familie getuigen over Luc.  Vertellen hun verhalen.  Hun ervaringen.  De traan glijdt weg.  Een lach komt in de plaats.  Ik sla het boek dicht.  Luc De Vos glijdt in mijn herinneringen.  Nestelt zich daar.  Om er eeuwig te blijven.  Om er nooit meer weg te gaan.  Te schoon.  Te warm.  Ondanks de zwarte randjes.
 
In uw boek vertelt één van de vrienden dat hij Luc De Vos nu nog ziet lopen in Gent.  Hij ziet hem rondwandelen doorheen de Gentse straten.  Niet continu.  Wel af en toe.  Dat gevoel heb ik met uw boek.  U bracht Luc De Vos tot leven.  Ik zag hem opnieuw.  Op concerten.  Op feestjes.  Op televisie.  Ik zag hem te voet.  Op de fiets.  Enkele dagen was ik in het gezelschap van een schoon mens.  Een oprecht mens.  Ondanks het verlies van die mens schonk u mij heerlijke momenten.  Want voor heel even zat hij naast mij.  Dat was fijn.  Dat was goed.
 
Beste Leon.  Ik wil u danken voor deze uitzonderlijke ervaring.  Voor deze rijke ervaring.  Voor deze nieuwe kennismaking.
 
Met vriendelijke groeten.
 
Link:


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen