dinsdag 14 november 2017

Mijn reisverhaal Rusland. Dag 12: Soezdal - Moskou.

Deze morgen keren we terug naar Soezdal.  Gisteren hadden we al een keertje door de stad gelopen.  Toen was onze blik eenduidig gericht op eten.  Op voedsel.  De rest hadden we aan ons voorbij laten gaan.  Nauwelijks of geen interesse.  Enkel de menukaarten konden onze aandacht opeisen.  Het bewijst alweer maar eens dat enkel een gevulde maag de interesse in andere elementen kan opwekken.  Eerst het buikje rondeten, dan pas kan rondgekeken worden.  Dat probleem stelde zich deze morgen niet.  In ons hotel hadden we een heerlijk ontbijtje genoten.  We waren klaar.  We waren voorbereid.  We konden de stad in.  Vandaag zouden we verder kijken dan enkel de buik.  We zouden onze ogen de kost geven.
 
Het voorgaande dien ik toch een beetje te relativeren.  Helemaal blind waren we niet geweest voor de schoonheid van het stadje.  Voor die schoonheid waren wij niet ongevoelig.  Soezdal by night, wij waren onder de indruk.  Maar toch hielden we die schoonheid bewust op afstand.  Om ons vandaag dan intenser te verdiepen in de stad.  Vandaag zou een diepgaander onderzoek volgen.  Die eerste toch wel veelbelovende indrukken zouden vandaag afgetoetst worden.
 
 
Nog maar net in de stad of wij botsten al meteen op onze Russische ‘vriendin’.  Gisteren hadden wij haar ook al ontmoet.  Het was een vreemd mevrouwtje.  Een vreemd en oud mevrouwtje.  Aan een tafeltje verkocht zij confituur.  Haar klanten lokte zij met Russische liederen.  Zij zong bijna onafgebroken.  Enkel als zij aangesproken werd door een potentiële klant, onderbrak zij haar zingen.  Ik zag haar.  Ik hoorde haar.  Ik moest terugdenken aan die Siberische alt.  Uit een vroeger televisieprogramma, gepresenteerd door Ben Crabbé.  Aan die dame moest ik denken.  Wij gingen met haar in gesprek.  Althans, zij ging met ons in gesprek.  Eén grote monoloog.  Nooit kwam bij haar de gedachte op dat iemand geen Russisch kon spreken of begrijpen.  Zij ratelde.  Bleef maar ratelen.  Enkel één ding kon haar woordenstroom stoppen.  Dat merkten we al snel.  We kochten één potje confituur.  Nu zweeg ze.  Geen woorden meer.  Enkel gebaren.  Ze kneep in onze armen.  Meerdere keren.  Uit dankbaarheid.  Wij meenden te begrijpen dat zij met de opbrengst van de verkoop haar katten onderhield.  Die zwermden rond haar.  Met onze bijdrage leek zij een nieuwe maaltijd te kunnen kopen.  Voor één van haar katten.  Dat maakte haar gelukkig.  Dat maakte ons gelukkig.  Liefde voor dieren maakt vrienden voor het leven.  Zelfs al praten die vriend(inn)en Russisch.  Dat maakt niet uit.  Soezdal zal voor eeuwig en altijd verbonden blijven met dat ene mevrouwtje.  Toch voor ons.
 

 
We lieten het kremlin links liggen.  De Kathedraal van de Geboorte van de Moeder Gods zullen we niet zien.  De Nicolaaskerk van Glotovo zullen we niet binnengaan.  De deuren van de Kerk van Nicolaas de Wonderdoener zullen wij niet openen.  De Ontslapeniskerk zal haar geheimen niet onthullen voor ons.  U zou ons het verwijt van cultuurbarbaren naar het hoofd kunnen slingeren.  Een site, opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco, zomaar voorbijlopen? Het zou niet mogen.  Toch deden wij het.  Het was een bewuste keuze.  Wij wilden weg van de platgetreden paden.  Van die paden wilden wij afwijken.  Om zo het echte, hedendaagse Soezdal te leren kennen.  Kiezen is verliezen, dat weten wij.  Elke keuze is verlies.  Maar diezelfde keuze is ook winst.  Hoe groot dat verlies of die winst is, zullen wij nooit weten.  We kunnen beide niet tegen elkaar afwegen.  We zullen dus niet weten of de gemaakte winst het geleden verlies zal compenseren.  Het is niet gemakkelijk toerist te zijn.  Dat ervaren we weer maar eens.
 
 
We wandelen doorheen de stad.  Zonder plan.  Zonder vooropgezet doel.  We slenteren maar wat.  Nu eens rechts.  Dan eens links.  We kiezen zomaar de straatjes.  Aardewegeltjes.  Betonwegen.  Op goed geluk.  We wandelen langsheen houten huisjes.  Buiten de grote steden blijken die houten huisjes de overwegende bouwstijl te zijn.  Stenen huizen zijn nauwelijks te spotten.  Die houten huisjes stralen een gezelligheid uit.  Een gezelligheid, die stenen huizen niet lijken te hebben.  Ik weet niet hoe het komt maar in al dat houtwerk snuif ik vakantie.  Dat is wat de gezelligheid bepaalt.  Heel even denk ik dat ik ook geluk meen op te snuiven.  Maar dat is het niet.  Houtwerk kan geen garantie betekenen voor geluk.  Net zoals stenen constructies geen garantie kunnen zijn.  Dat geluk is in handen van de bewoners.  Sommigen zullen dat geluk verwerven.  Anderen niet.  Net zoals bij ons.  Het streven naar geluk is een wereldlijke bezigheid.  Het is de betrachting van iedereen.  Een eigen huis kan hierin een bepalende factor zijn.  Rene Froger kende de waarde van een eigen huis.  Van een plek onder de zon.  Maar of het nu een houten of stenen huisje is, dat maakt geen verschil.  Alhoewel.  Ik wandel voorbij die huisjes en veronderstel dat hout een hogere gelukspotentie heeft.  Bizar toch.
 

 
Ik doe nog een ontdekking.  Geen ontdekking die de wereld zal veranderen.  Eerder een bescheiden ontdekking.  Ik passeer een winkeltje.  Hou even halt bij de etalage.  Daarin ligt de traditionele bontmuts uitgestald.  Een militaire variante.  Eén van de pronkstukken van de Russische mode.  Dat pronkstuk wordt aangeprezen.  U zou dan denken dat het aanprijzen zou gebeuren door één van de bekende Russen.  Poetin, die zou het kunnen.  Op vele t-shirts in even zo vele souvenirshops prijkt zijn beeltenis.  Vanop die shirts kijkt hij u aan als een ware krijger.  Een echte held.  Van t-shirt naar bontmuts is dan slechts een kleine stap.  Toch is het niet Poetin, die promotie voert.  Arnold Schwarzenegger lijkt hiervoor de geknipte persoon te zijn.  Althans, dat menen de marketeers, die aangezocht werden het product te promoten.  Het nationalisme blijkt die marketeers nog niet in de greep te hebben.  Hun interesse reikt verder dan de eigen landsgrenzen.  Ik kan die open geest enkel maar waarderen.  Zij laten het rollen met de spierballen achterwege.  Helden kennen geen landsgrenzen.  Daarom dus een beeltenis van Arnold ter promotie van de bontmuts.
 
Arnold en houten huisjes, zo kunnen wij Soezdal omschrijven.  Het lijkt weinig overtuigend.  Het lijkt wat minimaal.  Ons kan het nochtans overtuigen.  We sluiten Soezdal in ons hart.  Dit is een aangename plek.  Hier is het heerlijk vertoeven.  Toch moeten we door.  Verder naar Vladimir.  Verder naar Moskou.  Mooie dingen liggen nog in het verschiet.
 

 
Eén van die mooie dingen is de Kerk van de Bescherming van de Moeder Gods aan de Nerl.  Een hele mond vol.  De naam doet een grootse kathedraal vermoeden.  Dat is het niet.  Bescheidenheid, dat mogen wij ervaren.  Het is slechts een kerkje.  Een sober interieur.  Het exterieur, dat moet overtuigen.  Een harmonie van de afmetingen.  Prachtig gekapte figuurtjes.  Ik kijk omhoog en moet lachen om die gebeeldhouwde dames met bolle kaakjes.  Deze kerk bij Bogoljoebovo zou gemakkelijk kunnen vergeten worden.  Hieraan zou gemakkelijk kunnen voorbijgegaan worden.  Nochtans, Unesco lijkt de waarde van de kerk te kennen.  De kerk werd erkend als werelderfgoedmonument.  Ik kan best akkoord gaan met die keuze.  De kerk is prachtig gelegen.  Op een kleine heuvel in het madelandschap.  De wandeling naar de kerk is fantastisch.  Ik wandel en besef dat de beloning niet altijd aan het eind van de wandeling wacht.  Soms is de wandeling op zich de beloning.  Soms is de omgeving de beloning.  Bij de kerk aangekomen zet ik mij op een bankje.  Bijna ben ik alleen op de wereld.  Ik kijk om mij heen.  Ik leun achterover.  Geen drukte.  Enkel stilte.  Harmonieus gebeeldhouwde stilte.  Ik adem.  Ik leef.  Ik geniet.  Blij dit plekje niet voorbijgereden te zijn.
 

 
Een andere en eveneens mooie plek is Vladimir.  De stad was mij onbekend.  Bij Vladimir dacht ik enkel aan Poetin.  Vladimir Poetin.  Vandaag wordt het anders.  Vandaag leer ik ook de stad met de gelijkaardige naam kennen.  Wij rijden nu al een tijdje doorheen de Gouden Ring.  De keuze om onze reis niet enkel te beperken tot Sint-Petersburg en Moskou blijkt een juiste keuze te zijn.  De Gouden Ring verruimt onze blik op Rusland.  Voegt andere stadsnamen toe aan onze te beperkte, geografische kennis van Rusland.  Laat ons zien dat het land nog wel meer mooie plekjes heeft.  Zoals Vladimir dus.  Wij gaan op ontdekking.
 
We starten bij het Lipkiy Park.  Aan de Ontslapeniskathedraal en de Demetriuskathedraal.  We beginnen met de Ontslapeniskathedraal.  Ooit was dit de grootste kerk van Rusland.  De kerk werd gebouwd in het midden van de twaalfde eeuw maar werd aan het eind van diezelfde eeuw nog vergroot.  Om zo de toegenomen invloed van de stad te onderstrepen.  De volgende eeuw werd de stad geteisterd door een brand, veroorzaakt door de Mongoolse horde van Batu Khan, de kleinzoon van Dzjengis Khan.  De kerk bleef intact.  Overleefde de brand.  De goddelijke status kon evenwel niet verhinderen dat de bolsjewieken in 1927 de kerk sloten voor erediensten.  Alweer een kerk dat in aanvaring kwam met de bolsjewieken.  Het was Stalin die in 1944 opnieuw vieringen toeliet in de kerk.  Het was pure noodzaak die hem tot deze beslissing bracht.  In een poging om de (financiële) steun te winnen van de Orthodoxe Kerk in zijn strijd tegen de nazi’s kwam hij tot dit besluit.  Jawel, kerken hebben geschiedenis.  Dragen in zich de verschillende, meest markante periodes, die een land heeft doorgemaakt.  
 

 
We staan aan de Ontslapeniskathedraal.  Zijn net buitengekomen als wij worden aangesproken door enkele Russische jongeren.  Vanwaar wij komen, dat willen zij weten.  Naar waarheid zeggen wij van België te zijn.  Waarom wij naar Vladimir komen, ook dat willen zij weten.  Voor de cultuur, zeggen wij.  Alweer naar waarheid.  Wij hebben zonet in de kerk werk mogen aanschouwen van Andrej Roebljov, de grootste Russische schilder van iconen.  Dat hebben wij mogen zien.  De jongeren kijken elkaar aan.  Alsof zij het in Keulen horen donderen.  Cultuur? Onmogelijk dat cultuur mensen naar Rusland brengt.  Dat lijken zij niet te geloven.  Zij herhalen hun vraag.  Deze keer wachten zij ons antwoord niet af.  Zij geven zelf het antwoord.  Wij komen naar Rusland voor de ziel van dat land.  The soul, dat zeggen zij.  Dat moet het topantwoord zijn.  Nu kijken wij vreemd.  Ik probeer het nog eens.  Cultuur moet niet eng geïnterpreteerd worden.  Dat begrip is veel ruimer.  Wij komen voor monumenten.  Voor de geschiedenis.  Voor de mensen.  Voor dat alles komen wij.  Van dat alles hopen wij iets mee te nemen naar huis.  Dat zeg ik hen.  In hun ogen lees ik onbegrip.  Ik buig het hoofd en zet mijn ontdekkingsreis verder.
 
Naar de Demetriuskathedraal.  Deze kerk is niet bijzonder groot.  Oorspronkelijk was het bedoeld als kerk voor de koninklijke familie.  Via galerijen en torens stond de kerk in verbinding met het koninklijk paleis.  Voor vergeving van de zonden hoefden de leden van de koninklijke familie dus niet ver te lopen.  Het afsmeken van vergiffenis was voor hen gemakkelijk.  Zij hoefden nauwelijks buiten te komen.  Moesten zich niet mengen onder het gepeupel.  Onder het plebs.  Die beschermende verbinding verdween bij de restauratiewerken in de negentiende eeuw.  Vergiffenis werd iets moeilijker.  De rechtstreekse verbinding met de Hogere was weg.  
 

 
Alweer is het interieur eerder sober.  Het exterieur eist de meeste aandacht op.  Met name de uit kalksteen gesneden decoraties zijn wondermooi.  Ik neem mijn tijd om rond de kerk te wandelen.  Ik laat mij niet afleiden.  Kijk enkel omhoog.  Naar het wondere werk van de steenhouwers.  Van de beeldhouwers.  Dit is waar vakmanschap.
 
Twee kathedralen gezien.  Tijd om even te bekomen.  Heiligheid vermoeit.  In het Lipkiy Park vinden we een bankje.  Parken zijn een heerlijk gegeven voor een stad.  Elke stad, die zichzelf ernstig wenst te nemen, moet minstens enkele parken hebben.  Zonder park geen stad.  Dat meen ik te mogen stellen.  In een park komen de verschillende geledingen binnen een bevolking samen.  Alles loopt door elkaar.  Jong en oud.  Arm en rijk.  Man en vrouw.  Dat zie ik vanop mijn zitbankje.  Ik kijk naar dat ene jongetje.  Met zijn ouders is hij naar het park gekomen.  Voor hem hebben zij een go-cart gehuurd.  Daarop gaat hij wild tekeer.  Ontelbare keren rijdt hij rond de fontein.  Die herhaling verveelt niet.  Hij blijft doorgaan.  Met eenzelfde enthousiasme.  Ik kijk en herken mijzelf in die jongen.  Ik knipoog even.  Als teken dat ik hem begrijp.  Als teken dat hij moet blijven doorgaan.  Niet moet stoppen.  Hij moet blijven in cirkels rijden.  Tot hij volwassen is.  Dan moet het stoppen.  Dan moet veel stoppen.  Althans, dat wordt toch verwacht.  Ik moet bekennen, heel soms moet ik de neiging onderdrukken op een go-cart te kruipen en aan mijn ronde te beginnen.  Vandaag zal ik het niet doen.  Laat die jongen maar rijden.
 

 
Vóór we de bus opstappen gaan we nog even langs de Gouden Poort.  Daarvoor moeten wij doorheen de stad.  We kunnen langs de grote baan.  Dat doen we niet.  Wij gaan langs de Kljazma rivier.  Verkeersvrije straten.  Heerlijk om te slenteren.  Hier kan men zijn eigen tempo bepalen.  Dat is anders op de grote baan.  Daar moet men mee in de flow.  Hier niet.  Hier heerst rust.  Shoppende rust.
 
De Gouden Poort.  Ik verwacht wat ik lees.  Letterlijk.  Ik verwacht goud te zien.  Toch wordt het dat niet.  Al snel moet ik vaststellen dat het niet al goud is wat blinkt.  Nochtans was het ooit wel degelijk zo.  Ooit was de Poort daadwerkelijk bedekt met verguld koper.  Nu dus niet meer.  Nu rest enkel nog de naam als herinnering aan de grootsheid van dit bouwwerk.  Het herinnert aan de Gouden Eeuw van de stad.  In de twaalfde eeuw.  Een periode waarin de stad hoofdstad was van Rusland.  
 
 
Van de vroegere hoofdstad rijden we door naar de huidige hoofdstad.  ’s Avonds arriveren wij in Moskou.  Eventjes op bed gaan liggen.  Niet te lang.  We willen nog heel even buiten.  Naar het metrostation.  Daar valt elke avond wel wat te beleven.  Dat hebben we de vorige dagen in Moskou mogen ervaren.  Elke avond is er wel een groepje dat het beste van zichzelf geeft.  Zo ook vanavond.  We staan daar niet alleen.  Heel wat volk heeft zich verzameld rond het groepje.  Ambiance lijkt elke avond wel verzekerd.  Nu ook.  De naam van de groep blijft mij onbekend.  Maar dat gebrek aan info stoort mij niet.  Wat het groepje brengt, kan mij wel bekoren.  Het is stevig.  Ruig.  Hard.  Ik denk aan Rancid.  Ik denk aan een mengelmoesje van ska en punk.  Ik ben een brave jongen.  Ik benijd die punkattitude, die ik blijk te ontberen.  Heimelijk kijk ik op naar die rebellerende jongeren.  Die opgestoken middelvinger, het kan eens nodig zijn.
 
Met de gedachte dat punk bijlange na niet dood is, val ik in slaap.  Ik slaap diep.  Morgen wordt het onze laatste dag in Moskou.  Onze laatste dag in Rusland.  Wij hebben nog dingen te zien.  Maar nu moeten we slapen.  First things first.
 
Mijn reisverhaal Rusland.  Dag 13: Moskou.  Te lezen op dinsdag 28/11/2017.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten